Nieuwe definitie van hartinfarct nahartoperatie: minder ruis, meer relevantie

Na een hartoperatie meten artsen stoffen in het bloed, zoals troponine, om te bepalen of er
schade aan het hart is ontstaan. Een beetje schade is normaal bij zo’n ingreep. Maar soms gaat
het om een hartinfarct, en dat moet direct behandeld worden.
Het lastige: hoe onderscheid je gewone schade van een écht infarct? Tot nu toe gebruikten
artsen daarvoor de 4th Universal Definition of Myocardial Infarction. Maar die methode gaf
vaak te veel mensen het label “hartschade”. Daarom werd in de BIGPROMISE-studie een
nieuw algoritme getest: het EACTS-algoritme.
Wat is er onderzocht?
De onderzoekers vergeleken twee manieren van vaststellen:
– De huidige internationale definitie (4th Universal Definition)
– Het nieuwe EACTS-algoritme
Wat zijn de resultaten?
Het aantal echte hartinfarcten bleef vrijwel gelijk: ±2,5%.
Het aantal patiënten met “hartschade” daalde drastisch: 30% met de nieuwe methode,
tegenover 87% met de oude.
Cruciaal: patiënten die volgens de nieuwe regels wél schade of een infarct hadden,
bleken ook een duidelijk hoger risico op overlijden binnen een jaar te hebben.
Waarom is dit belangrijk?
Met de oude definitie kregen veel mensen een label dat weinig betekenis had. Dat leidde tot
onnodige zorgen en extra onderzoeken.
De nieuwe definitie zorgt voor:
– Voor patiënten: minder stress en minder onnodige controles
– Voor artsen: heldere data en meer focus op de patiënten die écht risico lopen
Conclusie
Dankzij de BIGPROMISE-studie weten we dat het EACTS-algoritme helpt om na een
hartoperatie beter onderscheid te maken tussen gewone schade en een hartinfarct.
Minder verwarring, meer relevantie – en dat is goed nieuws voor patiënten én zorgverleners.

