Het operatierisico van ouderen: meten van de biologische leeftijd is weten

Nederlanders worden steeds ouder. Door nieuwe medische technieken worden operaties veiliger. Hierdoor kunnen ouderen nu vaker geopereerd worden dan vroeger. Toch treden complicaties meer op bij patiënten op hogere leeftijd. Mogelijk spelen verouderingsprocessen hierbij een rol.

Patiënten van gelijke leeftijd kunnen verschillende biologische leeftijden hebben

Naarmate de leeftijd stijgt neemt de veroudering van het lichaam toe. Veroudering vindt plaats onder invloed van erfelijke factoren, leefgewoonten en omgeving. Dit proces gaat gepaard met de ontwikkeling van chronische aandoeningen (o.a. hart- en vaatziekten, diabetes, nierziekten) en kwetsbaarheid. De snelheid en mate waarin veroudering optreedt is niet voor iedereen gelijk. Patiënten met eenzelfde kalenderleeftijd kunnen hierdoor een andere biologische leeftijd hebben.

Het inschatten van de biologische leeftijd is belangrijk voor het behandelplan

Het duurt vele jaren voordat de negatieve gevolgen van veroudering zichtbaar worden. Maar ook bij ogenschijnlijk fitte ouderen kunnen onder de oppervlakte processen spelen, die het herstelvermogen na een operatie nadelig beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn minder spiermassa en spierkracht, afname van het uithoudingsvermogen, slechtere voedingsstatus, bloedarmoede en (asymptomatische) chronische ziekten. Het is belangrijk dat artsen voor een grote operatie de biologische leeftijd van een patiënt nauwkeurig inschatten. Met deze informatie kan een behandelplan opgesteld worden dat aansluit bij de wensen en beperkingen van de oudere patiënt. Daarnaast biedt het aanknopingspunten voor prehabilitatie, zoals het verbeteren van de voedingstoestand, trainen van spierkracht en –functie en mentale kwetsbaarheid.

We onderzoeken biomarkers die de veroudering kunnen inschatten

Een nauwkeurige voorspelling van het operatierisico van de individuele oudere patiënt is belangrijk om de grenzen van een behandeling te bepalen. Testen voor loopsnelheid, spierkracht en voedingsstatus kunnen kwetsbaarheid in kaart brengen, maar zijn omslachtig en vormen geen volledige weerspiegeling van de biologische leeftijd van de patiënt. Daarom doen wij onderzoek naar biologische markers voor veroudering. Hierbij maken we gebruik van schademarkers in het bloed en niet-invasieve huidmetingen voor veroudering. Hierdoor hopen we in de toekomst een betere inschatting te kunnen maken van de biologische leeftijd van de oudere patiënt. Dit geeft meer informatie over het operatierisico en maakt het mogelijk interventies te bestuderen, die de gevolgen van veroudering op complicaties verlagen.

Geschreven door

Peter Noordzij